Het wordt makkelijk vergeten, maar de inschrijving en tenaamstelling van een voertuig beginnen met een aanvraag. Artikel 48, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 zegt het letterlijk: inschrijving en tenaamstelling vinden plaats “op aanvraag”. Wie zijn voertuig bij het keuringsstation heeft aangeboden en aangifte heeft gedaan, heeft dus een aanvraag lopen bij de Dienst Wegverkeer. In de geblokkeerde dossiers is op die aanvraag nooit beslist: het voertuig is niet ingeschreven, de aanvraag is niet geweigerd en zij is ook niet buiten behandeling gesteld. Er is alleen stilte.
Voor die situatie heeft de Algemene wet bestuursrecht een standaardantwoord. Kent de wet geen beslistermijn, en voor deze aanvraag kennen de Wegenverkeerswet en het Kentekenreglement er geen, dan geldt een redelijke termijn, die in ieder geval na acht weken is verstreken. Daarna kan de aanvrager het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke stellen. Twee weken later gebeuren er twee dingen tegelijk: het bestuursorgaan verbeurt van rechtswege een dwangsom voor elke dag dat het besluit uitblijft, tot ten hoogste 42 dagen, en de weg naar de bestuursrechter ligt open via een beroep wegens niet tijdig beslissen, waarvoor de wet een versnelde behandeling kent.
De uitkomst is altijd winst
Het venijn zit in de uitkomst: die is voor de aanvrager altijd winst. Ofwel de RDW schrijft het voertuig alsnog in. Ofwel er komt een schriftelijk, gemotiveerd besluit, bijvoorbeeld een weigering omdat de verschuldigde belastingen niet zouden zijn voldaan. Precies dat besluit ontbreekt tot nu toe in elk geblokkeerd dossier, en precies dat besluit kan vervolgens door de bestuursrechter vol worden getoetst, terwijl er aangifte is gedaan, het aangegeven bedrag betaalbaar is gesteld en een naheffingsaanslag ontbreekt. De aanvrager hoeft daarvoor zijn taxatierapport niet in te leveren en geen euro extra te betalen.
Wie de brief verstuurt
Belangrijk is wel wie de brief verstuurt. De ingebrekestelling staat op naam van de kentekenaanvrager, en dat is vaak de klant of de handelaar, niet de taxateur. Verstuurt een ander de brief, dan hoort daar een schriftelijke machtiging bij; de generator bewaakt dat. De generator rekent ook zelf uit of de achtwekentermijn is verstreken en weigert te genereren zolang dat niet zo is, of wanneer de RDW in de casus wel schriftelijk heeft gereageerd; dan is maatwerk nodig.
De ingebrekestelling en de sommatiebrief zijn bewust twee aparte brieven aan twee verschillende bestuursorganen. Samen sluiten zij de cirkel: de inspecteur wordt gesommeerd om een besluit te nemen, en als het stil blijft dwingt de aanvrager datzelfde toetsbare besluit af via de RDW. De besluitloze toestand eindigt hoe dan ook.
Aan de slag
Lees ook: Aangifte “onjuist” verklaard zonder aanslag? De sommatiebrief dwingt een besluit af, en de achtergrondpagina over de blokkade.